• Marjolein van Egmond
  • Overakkerstraat 137
  • 4834XL, Breda
  • egho@casema.nl
  • Tel: 076 - 56 12 523
  • Tel: 06 - 57 934 247

Sensorische integratie (Sensory Processing= SP)

Sensorische integratie is een begrip dat /betrekking heeft op de manier waarop het zenuwstelsel zintuiglijke prikkels ontvangt en ze omzet in reacties. Ieder van ons is constant bezig met het verwerken van zintuiglijke prikkels. Zien (visus), horen (auditief), aanraken (tactiel), smaak, geur (olfactorisch)- de 5 meest bekende zintuigen die ons het tikken van de klok op de achtergrond laten horen, het zuchtje wind door het raam laten voelen, en de geur van het bakken van koekjes in de oven laten ruiken- komen onmiddelijk in je gedachten op, maar we verwerken ook constant de zintuiglijke prikkels van twee minder bekende zintuigsystemen. Het proprioceptieve en het vestibulaire systeem. Soms de verborgen zintuigen genoemd. Zij geven ons de informatie over snelheid, bewegen, druk in de gewrichten en spieren, en de positie van ons lichaam in de ruimte. Het zijn de ogen (de visus) die het mogelijk maken de woorden op het scherm te zien, je evenwicht (vesibulaire systeem) signaleert dat je rechtop zit terwijl je leest en de informatie uit de spieren en gewrichten (het proprioceptieve systeem) laat je weten hoe veel weerstand nodig is om de muis te bewegen.

De meeste mensen zijn geboren met de vaardigheid zintuiglijke prikkels te ontvangen en zonder moeite te verwerken en om te zetten in "goed" adequaat gedrag en fysiologische reacties. Als die lekkere geur uit de keuken verandert in een brandlucht hoeven we niet na te denken over wat we moeten doen. We vertalen de olfactorische prikkel (geur) automatisch in gedrag een reactie; We laten automatisch het boek waarin we lezen vallen en haasten ons naar de keuken. Tegelijkertijd produceert het zenuwstelsel een fysiologische reactie- het versnellen van de hartslag, een verhoogde bloeddruk, en transpireren.

Sensorische Integratie Problemen (Sensory Processing Disorder SPD)

Sensorische Integratie Problemen (SPD) ontstaan wanneer sensorische prikkels niet verwerkt worden tot adequate reacties en de dagelijkse routine en activiteiten van kinderen daardoor verstoort worden. Stel je voor dat op het schoolplein een bal hard in de richting van een jongetje gegooid wordt. Als de jongen de bal niet associeert met gevaar en naar beneden duikt of zijn arm omhoog doet om zichzelf te beschermen, kan hij zich bezeren. Als het kind consequent vergelijkbare boodschappen/signalen niet organiseert is de kans groot dat hij problemen zal hebben in andere gebieden die afgaan op dezelfde zintuiglijke en motorische informatie. Als het probleem is dat dat hij de motorische activiteit van het wegduiken niet kan plannen, kan hij moeite hebben met het aantrekken van zijn sokken of het zoeken van zijn weg door een drukke ruimte. Als hij de bal ziet aankomen, maar niet kan inschatten hoe dichtbij de bal is, kan hij problemen hebben met de grote van de tussenruimte bij het schrijven van letters en woorden. Als hij de bal ziet en weet dat die dichtbij is, maar hij is niet alert genoeg om te reageren, zal hij waarschijnlijk een hoop sensorische prikkels missen die belangrijk zijn voor dagelijkse activiteiten zoals het lopen door een deuropening of rechtstreeks reiken naar zijn glas melk.

Als zulk soort problemen voorkomen in meerder gebieden is het makkelijk voor het kind zich onhandig, stom of gewoon anders dan andere kinderen te voelen, omdat het de simpele dingen die alle andere kinderen zonder moeite lijken te kunnen, zelf niet kan. Als andere kinderen hem daarmee plagen, kan hij problemen hebben met het maken en houden van vriendjes en zijn gevoel van zelfvertrouwen. Zijn ouders zullen bezorgd of misschien gefrustreerd raken. Ondanks wat zijn gaven en sterke kanten zijn zou zijn leven moeilijk zijn.

Sensorische Integratie behandeling

Als uit een grondige evaluatie Sensorische Integratie Problemen blijken, kan behandeling zinvol zijn en worden geadviseerd. De behandeling wordt meestal een maal per week een uur individueel gegeven maar kan ook in kortere, meer frequente perioden of groepsgewijs gegeven worden.Het is in ieder geval belangrijk dat het therapieprogramma van elk kind zo opgesteld wordt dat het aan zijn/haar specifieke behoefte voldoet. Net zoals elk mens verschillende combinaties van sterke en zwakke punten heeft, zo hebben deze kinderen verschillende combinaties van sensorische integratie problemen.De kinderergotherapeut analyseert zorgvuldig alle testgegevens en hiermee verband houdende informatie en probeert een beeld te schetsen welke sensorische integratie problemen er mogelijk ten grondslag liggen aan de aanwezige problemen van het kind. Aan de hand daarvan wordt een behandelprogramma opgesteld. Daarnaast kunnen suggesties aan ouders en andere begeleiders gegeven worden over de wijze van begeleiden, die de wekelijkse behandeling kunne ondersteunen.

Het doel van de behandeling is verandering te brengen in de manier waarop het zenuwstelsel van het kind de sensorische informatie organiseert, zodat het kind beter in staat is tot interactie met de wereld om hem heen. Interactie houdt o.a. in: leren op school, omgaan met leeftijdsgenoten, aandacht kunnen richten op een opdracht, zelfverzorging, motorische coordinatie, spel etc.

Een verbetering door de behandeling zal dan ook in deze dingen een verbetering merkbaar moeten worden. De nadruk ligt op het vergemakkelijken van deze interactie, het meer automatisch laten verlopen en het vergroten van de vaardigheden daarin. De behandeling ziet eruit als spel, dat is het ook, maar het is voorgeschreven spel. De activiteiten zijn zo opgezet en ontworpen dat ze de juiste sensorische informatie verschaffen en de daarop juiste reactie ontlokken. De behandeling sluit aan op het ontwikkelingsniveau van het kind. Voortuigang in de therapie lijkt soms langzaam te gaan. Het is belangrijk om te onthouden dat het doel is, de manier waarop het zenuwstelsel functioneert te veranderen. Net zoals gewone ontwikkeling voortgaat over een lange periode is verandering van het functioneren van het zenuwstelsel ook een langzaam ontwikkelingsproces. Hoe lang een kind therapie nodig heeft varieert en is afhankelijk van de aard van zijn problemen en zijn reactie op de therapie. Soms kan er na zes maanden al gestopt worden, soms kan het nodig zijn langer dan een jaar door te blijven gaan, voordat er resultaten worden bereikt.

De behandeling van Sensorische Integratie Problemen en de evaluatie daarvan worden voornamelijk uitgeoefend door ergotherapeuten. Verwijzing kan plaats vinden door een kinderarts, revalidatiearts, neuroloog, ortopedisch chirurg, schoolarts, andere specialisten, huisarts, etc.